Loyaliteit: de moordenaar van mijn creativiteit
22661
post-template-default,single,single-post,postid-22661,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-3.1,wpb-js-composer js-comp-ver-4.11.2.1,vc_responsive

Loyaliteit: de moordenaar van mijn creativiteit

Door gastblogger Catherina van Duijn

 

Op het moment dat ik besloot toe te geven aan mijn grote behoefte om te schrijven en wat ik schreef te delen met anderen, waren mijn verwachtingen torenhoog. Een constante brainwave van ideeën en anekdotes gierden door mijn hoofd en het liefst schreef ik over alles en iedereen. Één van de belangrijkste uitgangspunten zou zijn dat ik mensen op een humoristische manier zou kunnen laten zien hoe idioot we eigenlijk met z’n allen zijn.

 

Zo zat ik een keer op de golfclub van mijn oppaskindje een stel brallende vaders af te luisteren, die het uitgebreid over de maat van het piemeltje van hun zoon hadden. Dit relateerden zij vervolgens aan het succes dat beide kleuters op het schoolplein hadden. Schaterend van het lachen schreef ik uitgebreid over hun conversatie vanaf mijn troon vlak achter hen, terwijl ik van mijn verse sinaasappelsap lurkte. Beide mannen kregen een fictieve naam en hoppa, binnen een half uur plaatste ik het hele verhaal op mijn blog.

 

Niemand die iets tegen de idiotie van dit hele spektakel in kon brengen en dit stimuleerde mij verder te schrijven. Echter, hoe meer ik schreef, hoe vaker ik in de knoop kwam met mijn personages. Steeds meer kwam ik erachter dat iedereen de humor van een verhaal pas kan waarderen, als hij of zij zeker weet dat er geen rol voor hen toebedeeld is.

 

Steeds vaker liep ik tegen het verwijt aan dat iets ‘privé’ was en dat iemand het niet waardeerde als ik hier gebruik van maakte in mijn blog. Terwijl ik verbaasd series als Sex and the City en Awkward nog eens terugkeek, viel het me toch duidelijk op dat de meeste humor en inspiratie voor hun verhalen te vinden waren bij hun dichtstbijzijnde vrienden. Zelfs Samantha scheen er geen problemen mee te hebben dat haar gehele seksleven elke week zo maar in de krant stond.

 

Echter, in de realiteit bleek die humor in dit geval niet gepast voor op het internet. Meerdere mensen kwamen met het geweldige idee om de betreffende personages óf niet bij naam te noemen óf gewoon een andere naam te geven. Maar, ik kan je vertellen dat wanneer ik het hilarische verhaal van Pietje Puk vertel, die een scheet liet tijdens een wel heel intiem moment, de bed partner van Pietje Puk dan binnen niet al te lange tijd de link legt tussen mijn blog, zijn of haar verhaal en mijn foto in de vriendenlijst van Pietje Puk op Facebook.

 

Kortom, mijn inspiratie werd ernstig aangetast door een gevoel van loyaliteit naar mijn vrienden en ik was gedoemd nog maar over één inhoudelijk personage te schrijven die er geen problemen mee had belachelijk gemaakt te worden, dat was ik zelf.

 

Na dit een paar keer gedaan te hebben bleek ik toch een stuk minder hilarisch dan ik dacht, wat eveneens niet goed was voor mijn inspiratie. Na het ‘privacy’ debacle was ik aan een spiksplinternieuwe blog begonnen, waar nu echter pas twee verhalen op stonden die voornamelijk over mezelf gingen. Wel kregen mijn indonesische surfinstructeur en mijn oma nog een rol, maar in beide gevallen hoefde ik niet bang te zijn op een verontwaardigde reactie.

 

Vooralsnog heb ik nog geen bijzonder goede oplossing gevonden, behalve dan schijt te hebben aan mijn omgeving. Echter, deze voldoet nog niet aan mijn voorkeuren. Ik ben namelijk al een stuk ‘socialer’ op papier dan in het echt. Dus lijkt het me niet zo handig om al mijn vrienden ‘af te schrijven’…

20140511-BLOG-2-profielfoto-2-catherina-2xrzo5bok3enfo1l7qh6a2

Over de gastblogger

Mijn naam is Catherina van Duijn. Ik studeer Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht en woon in een huis met twaalf meisjes. Dit lijkt veel, maar je wilt niet weten hoeveel inspiratie ik daar vandaan kan halen voor mijn blogs. Als ik voor elk gênant verhaal wat ik op de Nachtegaal 47 beleef vijftig euro zou krijgen, zou ik slapend rijk worden. Ik schrijf het liefst over alles en iedereen, zelfs al ben ik hartstikke dyslectisch. Iemand zei wel eens tegen mij, een dyslect die van schrijven houdt? Is dat niet zoiets als een gehandicapte die gymleraar wil worden? Als dat de vergelijking is, dan doe ik gezellig mee aan de Paralympics.

No Comments

Post a Comment